De Maan is onze kosmische vuilstortplaats
En wij ….blijven daar maar dumpen
De Maan, die zilverenachtige bol die ons al millennia inspireert, die symbool staat voor puurheid, mysterie en de oneindige mogelijkheden van de kosmos. En wat doen wij, de zogenaamde intelligente soort? We dumpen er 200 ton rotzooi op. Ja, je leest het goed. Tweehonderd **ton**. Een maan vol menselijke troep, alsof het onze persoonlijke achtertuin is waar we onze vuilniszakken gewoon over de schutting kieperen.
Vanaf de allereerste Apollo-missies in 1969 tot nu, in 2026, hebben we de Maan systematisch verpest. Zes bemande landingen? 96 zakken vol poep, pis en kots achtergelaten. Niet omdat het moest, maar omdat het gewicht scheelde. Astronauten schopten hun eigen stront gewoon de lucht in en vlogen naar huis. Naast die 96 zakken menselijke uitwerpselen liggen er maanbuggies, vlaggen, golfballen (ja, écht, een astronaut die een balletje sloeg), kapotte camera’s, gereedschap, laarzen en de wrakken van meer dan vijftig gecrashte onbemande missies. Landers, rakettrappen, experimenten – alles wat niet meer nuttig was, lieten we achter. Op een plek zonder atmosfeer, zonder wind, zonder regen. Die troep ligt er voor altijd. Eeuwenlang. Miljoenen jaren.
En nee, dit is geen relikwie uit de Koude Oorlog. Dit gaat door. Harder dan ooit. Private bedrijven – Intuitive Machines, Firefly, ispace, Blue Origin, SpaceX – crashen hun landers of laten ze achter als wegwerpartikelen. NASA pompt miljarden in Artemis, met landers die nog meer troep gaan dumpen. China, India, Japan: iedereen wil een stukje Maan, en niemand ruimt op. Er is geen enkele internationale regel die zegt dat je je rotzooi moet meenemen. Sterker nog: NASA organiseert nu zelfs een wedstrijd (LunaRecycle) om uit te vinden hoe we al die troep op de Maan kunnen recyclen. Omdat we weten dat we anders een complete vuilnisbelt creëren. Te laat, jongens. Het is al een vuilnisbelt.
Dit is geen onschuldig ‘we laten sporen achter’. Dit is de ultieme hypocrisie van de mensheid. Op aarde janken we over plastic in de oceanen, uitstoot in de atmosfeer en de zesde massa-extinctie die we zelf veroorzaken. We houden klimaatconferenties, plakken stickers op onze auto’s en voelen ons groen. Maar zodra we de kans krijgen om een maagdelijke wereld te ‘veroveren’, doen we exact hetzelfde: vervuilen, exploiteren, achterlaten. De Maan is geen uitzondering, het is het bewijs. We zijn een plaag. Een virus dat zich niet beperkt tot één planeet. We exporteerden onze rotzooi naar de ruimte omdat we hierbeneden al te veel rotzooi gemaakt hebben.
En het wordt nog erger. Die uitlaatgassen van landers? Die verspreiden zich over de polen en verontreinigen het eeuwenoude ijs dat misschien wel de geheimen van het ontstaan van leven bevat. Wetenschappelijke parels die we kapotmaken omdat we te lui zijn om fatsoenlijk te landen. Over een paar jaar ligt er nog meer: habitats, kernreactoren, mijnbouwsporen. En dan? Mars? Europa? We slepen onze shit mee naar het hele zonnestelsel.
We praten over ‘multiplanetaire soort worden’. Over koloniseren. Over de toekomst. Maar als dit de toekomst is – een Maan bezaaid met poepzakken en kapotte raketten – dan verdienen we die toekomst niet. We zijn niet de helden van Star Trek. We zijn de sukkels die hun eigen achtertuin al niet schoon kunnen houden en nu de rest van het universum gaan verzieken.
Tijd om wakker te worden. De Maan kijkt op ons neer. En wat ze ziet, is geen beschaving. Het is een stelletje slordige, hebzuchtige apen die hun eigen stront niet eens kunnen opruimen.
Wij blijven maar vervuilen, echt overal en altijd.
En de kosmos betaalt de prijs.
Gebruik deze 👆als je een cadeau zoekt. En om mijn werk te steunen. LEES MEER
Luister mijn eigen muziek op soundcloud
Ook het lezen waard (zeg ik zelf)
Nieuwsbrief? Ja, maar zonder poeha
Ja, je ziet veel op internet. Maar niet met mijn woorden, mijn scherpte en mijn humor.
Schrijf je in als je:
- Genoeg hebt van lege updates
- Soms wilt lachen én nadenken
- Wilt weten waar ik me nu weer druk om maak
Kort, scherp en alleen als het ergens over gaat.





