Ik hou van jou is geen begroeting
Er zijn zinnen die hun betekenis verliezen doordat mensen ze te vaak gebruiken, maar “ik hou van jou” is iets ingewikkelders geworden. Die woorden zijn niet leeggeraakt door herhaling alleen. Ze zijn losgeraakt van hun gewicht. Dat is iets anders. Een oude sleutel kan slijten, maar een sleutel die overal op wordt gedrukt, opent uiteindelijk niets meer.
In veel Amerikaanse films en series zeggen mensen “love you” zoals anderen “tot straks” zeggen. Een telefoongesprek eindigt ermee. Een moeder roept het vanuit de keuken. Twee vrienden slingeren het achteloos door elkaar heen alsof het een warme variant van “oké” is geworden. Dat heeft iets vriendelijks, iets openhartigs misschien, maar er zit ook een merkwaardige haast achter. Alsof stilte verdacht is geworden. Alsof genegenheid voortdurend uitgesproken moet worden om echt te blijven bestaan.
Die cultuur is niet uit het niets ontstaan. Amerikanen leven al generaties lang in een samenleving waarin zichtbaarheid bijna gelijkstaat aan werkelijkheid. Emoties moeten herkenbaar zijn, leesbaar, direct benoemd. Niet alleen in relaties, maar overal. De glimlach van de ober. De enthousiaste manager. Het kind dat leert zichzelf verbaal te bevestigen. In zo’n omgeving wordt liefde geen langzaam gegroeide ervaring meer, maar een sociale handeling. Een bevestiging die continu herhaald moet worden, omdat niemand nog vertrouwt op wat stil aanwezig is.

