“Oh, je bent een vrouw?”, de cockpit blijft een mannenclub
Je hoort het ze denken, de helft van de passagiers. De andere helft zegt het hardop: “Oh, je bent een vrouw!” Alsof ze net ontdekt hebben dat het vliegtuig wordt bestuurd door een flamingo met een bril. Maria Pernia-Digings, 61, hoort het al haar hele leven. Ze vliegt al sinds 1990, heeft 16.000 vlieguren op haar naam, maar mensen reageren nog steeds alsof ze net een kalkoen achter het stuur hebben betrapt.
Complimenten over haar parkeren. Alsof ze net met een Ford Focus tussen twee winkelwagens heeft gemanoeuvreerd en niet met een Airbus op de landingsbaan. En dan dat altijd goedbedoelde maar tenenkrommende “Girl power!” bij het uitstappen. Alsof ze op de barricade staat met een spandoek in plaats van in de cockpit met vier zilveren strepen op haar mouw.
Maar Maria is anders. Niet omdat ze een vrouw is, maar omdat ze bij die luttele 6,5% hoort. Slechts zes-en-een-half procent van de piloten in het VK is vrouw. In Nederland is het nauwelijks beter: het percentage vrouwelijke piloten ligt rond de 5,3%, vergelijkbaar met het wereldwijde gemiddelde. Vrouwen zijn inmiddels te vinden in bijna alle traditioneel mannelijke sectoren, maar de cockpit lijkt nog altijd een soort heilige mannenhut met automatische toegangspoort voor testosteron.

