Het ‘alles is liefde’-virus
Hoe een goedbedoelde leus ons langzaam gek maakt
Ergens, tussen de opkomst van smoothie-evangelisten, affirmatiekaartjes en de commercialisering van chakra’s, is een gedachte ontstaan die inmiddels een eigen fanclub, merchandise en Instagramfilter heeft: alles is liefde.
Klinkt mooi, toch? Alles is liefde: het antwoord, het begin, het eind. Liefde voor jezelf. Voor de ander. Voor bomen, muggen, je ex met bindingsangst. Zelfs voor de belastingdienst, als je diep genoeg ademt. Maar ergens in die wolk van rozenkwarts en flinterdunne zelfhulpboekjes is iets fundamenteel scheefgegroeid. Want als álles liefde is, wat blijft er dan nog over om gewoon even eerlijk te zijn?
Liefde als stopwoord voor onbegrip
“Alles is liefde” is de nieuwe “je moet het loslaten.” Een semi-zachte, zogenaamd spirituele manier om je monddood te maken zonder schreeuwen. Je verdriet, je woede, je trauma, je paniekaanval, alles wordt uitgekleed tot ‘een vorm van liefde’. Liefde die zich zogenaamd vermomt, zogenaamd lesgeeft, zogenaamd een spirituele uitnodiging is om ‘dieper te voelen’. Alsof je paniek geen paniek mag zijn, maar een wellnessmoment met triggers erbij.

