Koningsdag
Het is straks weer zover. Heel Nederland steekt zich in het oranje, alsof we met z’n allen meedoen aan een nationale clownswedstrijd. De vlaggetjes gaan uit, de tompoucen liggen klaar en de vrijmarkt wordt volgestouwd met spullen die zelfs de kringloop geweigerd heeft. Waarom? Omdat een familie, ooit gewoon net als wij, zichzelf een paar eeuwen geleden vreselijk belangrijk is gaan vinden. Welkom bij Koningsdag: het feest waarop we vieren dat iemand ooit besloot een kroon op zijn hoofd te zetten en te roepen: “Ik ben beter dan jullie.”
Het mooie is: niemand vroeg erom. Het volk had geen referendum gehouden, geen lief verzoekje ingediend. Nee, het was simpelweg slikken of stikken. En wie dat toen niet pikte? Die lag al snel zonder hoofd in de goot of bungelde als waarschuwing voor de rest. De monarchie is geen sprookje van nobel leiderschap. Het is een trucje, geboren uit machtswellust en angstzaaierij.
En om die macht veilig te stellen, hield men het lekker binnen de familie. Jawel, inclusief de nodige incestueuze uitspattingen. Alles om dat ‘blauwe bloed’ zogenaamd zuiver te houden. Alsof inteelt ooit iets puurs heeft opgeleverd, behalve scheve kinnen en koninklijke ongemakken. Misschien hebben ze tegenwoordig geen blauw bloed meer, maar blauwe ballen van het eeuwenlang binnen de eigen kring houden, dat lijkt aannemelijk.

