PFAS met Pasen, over kippen, gekte en beleid dat stinkt als een rot ei
Overmorgen is het Pasen. Tijd voor eieren zoeken, kuikens van servetpapier, en een brunch waar je maag pas dinsdag van herstelt. Maar dit jaar? Dit jaar zit er iets extra’s in je ei: PFAS. De onzichtbare, onuitnodigde gast die je lichaam niet meer verlaat. Niet met azijn, niet met yoga. Forever chemicals, noemen ze het. Lekker feestelijk.
Want ja hoor: nét op tijd voor het feest der eieren schuift de overheid een semi-paniekbericht je feed in.
“Eieren uit eigen tuin bevatten te veel PFAS.”
En daar zit je dan. Truus de kip heeft net haar ochtendritueel afgerond, en jij staat met een beschuldigend ei in je hand alsof je een misdrijf pleegde. De dader? Jij. De medeplichtige? Truus. Het motief? Ontbijt.
Alsof iemand in Den Haag dacht: “Waar kunnen we de mensen deze maand mee bezighouden?” Vorige week stikstof, vorige maand oorlog, gisteren vlees… en nu dus het ei. Want een goed beleid begint tegenwoordig bij verwarring. Gooi een waarschuwing in het rond, kijk wie reageert, meet het aantal boze Facebook-comments en schuif de schuld elegant naar de burger.

