Vliegtuigen tekenen geen boter-kaas-en-eieren in de lucht. Toch?
Condens? Ja hoor, en ik ben de kerstman
Ze zeggen dat het ‘gewoon condens’ is. Natuurlijk, net zoals je schoonmoeder ‘alleen maar even langskomt’. Ondertussen verandert de lucht boven je hoofd in een grijze brei en jij haalt je schouders op, want: “Dat hoort zo.” We leven in een tijd waarin omhoog kijken verdacht is en een vraag stellen gelijk staat aan een enkeltje gekkenhuis. Maar sorry hoor, als ik dikke witte strepen zie die uitwaaieren tot een troosteloze mist, dan ga ik niet braaf knikken omdat iemand met een Wikipedia-diploma roept dat het normaal is. Nee, ik gebruik iets waar blijkbaar een chronisch tekort aan is: gezond verstand.
Dus voordat je begint te roepen dat ik m’n aluhoedje vergeten ben: nee, ik geloof niet dat de Smurfen ons besproeien. Maar ik geloof ook niet in het sprookje dat alles wat je boven je hoofd ziet, vanzelfsprekend is. En als dat betekent dat ik een ‘lastige vraagsteller’ ben, dan draag ik die titel met trots.
Gisteren zag ik iets zeldzaams: echte wolken. Je weet wel, die dingen uit je jeugd voordat de lucht op een mislukt schilderij begon te lijken. Ik stond er bijna van te huilen. Niet omdat ik zo ontroerd was, maar omdat ik me realiseerde hoe zeldzaam het is geworden. Echte wolken zijn tegenwoordig een soort bedreigde diersoort. Spot je er één, dan mag je een wens doen.

