Buongiorno Eveline!
Er zijn plekken waar je vrijwillig heen gaat. Het strand, een terras, de koffieautomaat. En dan is er de tandarts. Niet zomaar een tandarts, nee, míjn tandarts: een knappe Italiaan die “Buongiorno Eveline!” zegt alsof je op een eerste date bent, terwijl jij weet dat je hier ligt voor iets dat verdacht veel lijkt op marteling met een zwoel accent.
Elke keer als ik zijn praktijk binnenstap, vraag ik me af hoe ik hier weer beland ben. Oh ja, door die glimlach en dat charmante gebrabbel waardoor zelfs een wortelkanaal klinkt als een liefdesverklaring. Maar laat je niet misleiden achter die vriendelijke blik schuilt een man die speurt naar gaatjes alsof hij schatten zoekt. En elk gaatje? Kassa. Voor hem dan.
Uiteraard heb ik vooraf weer alle mogelijke smoesjes door m’n hoofd laten gaan. “Sorry, mijn hond Sky is ziek” werkt prima één keer, maar zelfs Sky kan me niet eeuwig redden. “Ongesteld”? Tja, die vlieger gaat al jaren niet meer op. Misschien gewoon eerlijk zeggen dat ik liever naar zijn Italiaanse klanken luister dan naar het geluid van een boor. Maar goed, hier lig ik dan toch weer, als een paling in een te strak net, smekend met mijn ogen. Niet uit romantiek, maar uit pure hoop: “Laat het alsjeblieft meevallen.”

