Vrede op z’n Amerikaans
Bommen, belangen en bloederige beloften
Iedere keer dat Amerika zegt dat het ergens ‘vrijheid komt brengen’. Dan kun je beter dekking zoeken, want wat daarna volgt is zelden vrijheid, maar wel bommen, puin, propaganda en een pakketje neoliberale voorwaarden. De retoriek is altijd dezelfde: we zijn een democratie! Mensenrechten! Heldhaftige soldaten! Maar onder dat decorstuk zit gewoon de oude vertrouwde waarheid: economische belangen, geopolitieke controle en een militair-industrieel complex dat beter draait dan menig supermarktketen. Onder dat glimmende PR-laagje schuilt een gênante catalogus van bloedbaden, invasies en machtsmisbruik die zelfs de gemiddelde dictator op ideeën zou brengen.
Want als Amerika ergens goed in is, dan is het wel in vele oorlogen voeren. Niet per ongeluk, niet als laatste redmiddel, maar structureel. Als exportproduct, maar compleet met handleiding, corporate sponsors en een mediapakket om thuis de kijkcijfers op te krikken. Elke oorlog komt met een logo, een slogan en een Hollywood-versie. Van “Shock and Awe” tot “Operation Enduring Freedom” het klinkt als een videogame, maar de high score is gemeten in doden.
Neem nou eens Vietnam, velen Nederlanders zullen dat wel vergeten zijn buiten de geweldige Hollywood films. Een oorlog waarin miljoenen mensen stierven, napalm het nieuwe parfum werd en complete generaties getraumatiseerd terugkwamen als ze al terugkwamen. Oorzaak? De angst voor communisme… Of beter gezegd de angst dat Amerika ergens geen controle over zou hebben. De schade? Ontelbaar. De les? Geen. Tenzij je telt dat Rambo er filmrechten aan overhield.

