Mannencirkel doodt geit voor spirituele groei
In een tijd waarin zelfontwikkeling vaak wordt verward met zelfverheerlijking, duikt er een groeiende trend op van westerlingen die hun innerlijke transformatie koppelen aan rituelen die met respect weinig te maken hebben. Wat ooit begon als zoeken naar zingeving, is bij sommigen verworden tot een schaamteloze demonstratie van spiritueel narcisme. Dat wordt pijnlijk duidelijk in verhalen waarin het doden van een dier tijdens een retraite wordt gepresenteerd als een diepzinnige, heilige ervaring.
Geen overleving en vooral geen noodzaak, maar een luxe-uitje met als climax het afsluiten van de dag met een door jezelf gewurgde geit.
Een groep Nederlandse mannen reist af naar Tanzania, zogenaamd op zoek naar hun oerkracht. Onder begeleiding van een coach kopen ze een geit van de Masaï. Niet omdat er honger is en vooral niet omdat er geen andere eetoptie is, maar omdat het ritueel zo mooi aansluit bij hun innerlijke reis. In plaats van te reflecteren op wat het betekent om als rijke Europeaan een dier te doden voor je eigen beleving, wordt het gebracht als een spiritueel moment van verbinding. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om met acht mannen een levend dier vast te houden en de neus en mond dicht te knijpen tot het stopt met ademen.

