De vrouw die niets meer hoeft te bewijzen
Een vrouw staat op in stilte en vaak voordat het huis beweegt, voordat stemmen zich mengen met het ochtendlicht. Haar handen zijn al aan het werk nog voor haar naam wordt genoemd. Niet omdat het moet, maar omdat ergens diep vanbinnen een helder besef leeft: zorg is een manier van zijn. Ze wordt zelden gevierd om de kleine daden die niemand ziet maar waarop alles rust. Ze draagt werelden zonder daar een stempel op te zetten.
De vrouw is geen mythe, geen archetype, geen zachte tegenhanger van mannelijke logica. Ze is het hart dat klopt als alles stilvalt, de rug die recht blijft in het oog van de storm. En nee, ze is niet altijd sterk. Ze is soms moe. Gebroken. Verdwaald in verwachtingen. Maar zelfs dan is ze aanwezig. Zelfs dan voedt ze anderen met wat overblijft van zichzelf.
Dat is geen zwakte, dat is een vorm van moed die geen applaus vraagt. De vrouw leeft in tegenstrijdigheden wat ze wil is ruimte en geborgenheid, vrijheid en verbondenheid, zachtheid en vuur. En vaak krijgt ze te horen dat ze moet kiezen. Dat haar lichaam of haar brein bepalend is, haar leeftijd of haar uiterlijk, haar stemvolume of juist haar zwijgen. Alsof zij te groot is om alles tegelijk te zijn.

